ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2784
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verblijfsrecht op grond van artikel 20 VWEU voor verzorgende ouder van Nederlandse dochter
Eiseres, een Marokkaanse vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument op grond van artikel 9 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), omdat zij bij haar in Nederland wonende dochter wilde verblijven. De aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarna eiseres bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat het arrest Zambrano van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) inhoudt dat verzorgende familieleden van kinderen die EU-burgers zijn een verblijfsrecht ontlenen aan artikel 20 van Pro het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Dit verblijfsrecht vloeit rechtstreeks voort uit het Unierecht en kan niet zonder meer worden genegeerd door nationale regelgeving die niet is aangepast aan deze jurisprudentie.
De Vw 2000 voorziet niet in een verblijfsrechtssituatie zoals die van eiseres, waarbij het verblijfsrecht niet op een richtlijn maar op het EG-Verdrag zelf is gebaseerd. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres niet in aanmerking komt voor verblijf op grond van artikel 20 VWEU Pro. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen dat rekening houdt met deze uitspraak.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag op het beroep had beslist. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met de opdracht aan verweerder een nieuw besluit te nemen.