ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8707
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- E.I. Batelaan-Boomsma
- T. van Rij
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over verkoop grond als inkomsten uit andere arbeid en matiging vergrijpboete
Eiser en zijn echtgenote waren eigenaar van meerdere percelen grond met bedrijfsbestemming die zij verkochten nadat zij actief hadden bijgedragen aan een bestemmingswijziging naar woningbouw. De rechtbank stelt vast dat de werkzaamheden van eiser het normale kader van particuliere vermogenstransacties overstegen en gericht waren op het behalen van geldelijk voordeel. De opbrengst van de verkoop is daarom terecht belast als inkomsten uit andere arbeid volgens artikel 22, eerste lid, letter b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Eiser betoogde dat de waardestijging van de grond het gevolg was van gemeentelijke plannen en dat hij de werkzaamheden als directeur van zijn bedrijf had verricht, maar deze argumenten werden verworpen. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de brief van de Belastingdienst niet het vertrouwen wekte dat de opbrengst onbelast zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de opbrengst in 2001 is gerealiseerd en dat de door de koper betaalde rente onderdeel uitmaakt van de koopsom.
Verder werd de vergrijpboete van 50% wegens opzettelijk onjuist doen van aangifte bevestigd, maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn werd deze ambtshalve met 20% verminderd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, handhaafde de aanslag na ambtshalve vermindering en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De verkoopopbrengst van de percelen grond is terecht belast als inkomsten uit andere arbeid en de vergrijpboete wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.