ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9985
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in gezinsherenigingszaken met mvv-vrijstellingsgrond
Verzoeksters, bestaande uit een moeder en haar kinderen, werden geconfronteerd met afwijzing van hun aanvragen voor verblijfsvergunningen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De voorzieningenrechter overwoog dat de kinderen, waaronder een minderjarige die langer dan drie jaar ononderbroken in Nederland verbleef en schoolgaand is, mogelijk onder de mvv-vrijstellingsgrond van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder k, van het Vreemdelingenbesluit 2000 vallen.
Verweerder stelde dat deze vrijstelling niet van toepassing was omdat geen van de ouders ten tijde van de geboorte rechtmatig verblijf had, een uitleg gebaseerd op de toelichting in de Vreemdelingencirculaire. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze uitleg zonder nadere motivering niet gevolgd kon worden en dat de tekst van het artikel leidend is, waarbij de vrijstelling ook geldt zonder het vereiste van rechtmatig verblijf van een ouder bij geboorte.
Gezien de redelijke kans van slagen van het bezwaar en het spoedeisend belang van verzoeksters, werd de voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder werd verboden verzoeksters uit te zetten tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting van verzoeksters wordt verboden tot vier weken na bezwaarbeslissing.