ECLI:NL:RVS:2011:BP3264
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over vrijstelling mvv-vereiste voor minderjarige schoolgaande vreemdelingen
De zaak betreft het hoger beroep van de minister van Immigratie en Asiel tegen een uitspraak van de rechtbank die een eerdere afwijzing van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan een minderjarige vreemdeling heeft vernietigd. De kern van het geschil is de uitleg van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder k, van het Vreemdelingenbesluit 2000, dat een vrijstelling van het mvv-vereiste regelt voor minderjarige schoolgaande vreemdelingen met drie jaar onafgebroken hoofdverblijf in Nederland.
De minister stelde dat deze vrijstelling beperkt is tot gezinshereniging met ouders en niet geldt voor verblijf bij grootouders of andere familieleden, wat neerkomt op verruimde gezinshereniging. De rechtbank oordeelde echter dat de tekst van de bepaling duidelijk aangeeft dat de vrijstelling geldt voor gezinshereniging met een Nederlander of een persoon met rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, zonder beperking tot ouders.
De Raad van State bevestigt deze uitleg en wijst het hoger beroep van de minister af. Tevens veroordeelt de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en legt griffierecht op. De uitspraak onderstreept dat de tekst van de wettelijke bepaling leidend is voor de uitleg en dat een beperkte interpretatie door de minister niet gegrond is.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.