ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1082
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering en vrijheidsontneming asielzoeker op grond van Schengengrenscode en Vreemdelingenwet
Een Eritrese asielzoeker werd op 4 september 2012 de verdere toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 13, eerste lid, van de Schengengrenscode in samenhang met artikel 3 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Tevens werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De asielzoeker stelde administratief beroep in tegen beide besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening om als vreemdeling met toegang tot Nederland te worden behandeld.
De voorzieningenrechter overwoog dat de weigering van verdere toegang in het kader van asielzoekers niet in strijd is met de Procedurerichtlijn en andere bijzondere asielbepalingen. De Schengengrenscode laat toe dat lidstaten asielzoekers de verdere toegang tot het grondgebied kunnen weigeren, hetgeen wordt ondersteund door jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank concludeerde dat de toegangsweigering op goede gronden is gebaseerd en dat het administratief beroep tegen de weigering geen redelijke kans van slagen heeft. Ook de vrijheidsontnemende maatregel is niet in strijd met de Vreemdelingenwet en is redelijk gelet op de omstandigheden, waaronder een lopend overnameverzoek aan Italië. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering en vrijheidsontneming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.