ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5997
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid manege-exploitant voor letsel door trap van paard tijdens paardrijles
Op 7 april 2007 werd een zevenjarig meisje na een paardrijles getrapt door het paard van een mede-leerling, wat leidde tot ernstige buikletsels en ziekenhuisopnames. Het paard was eigendom van een derde, maar stond op grond van een stallingsovereenkomst permanent op de manege. De exploitante van de manege stelde dat zij niet aansprakelijk was omdat het paard niet bedrijfsmatig werd gebruikt en voerde eigen schuld van het kind aan.
De rechtbank oordeelde dat het paard tijdens de lessen bedrijfsmatig werd ingezet door de exploitante, waardoor op grond van artikel 6:181 BW Pro de aansprakelijkheid bij de exploitante rust. Het eigen schuldverweer werd verworpen, mede vanwege de jonge leeftijd van het kind en het feit dat het letsel niet door het bereden paard zelf maar door een ander paard werd veroorzaakt na afloop van de les.
De verzekeraar vorderde vergoeding van medische kosten en toekomstige kosten, waarvan het grootste deel werd toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. In de vrijwaringszaak werd de verzekeraar gehouden tot vergoeding van de door de exploitante te betalen bedragen, omdat de aansprakelijkheidsverzekering dekking bood voor het geven van paardrijlessen inclusief aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door paarden tijdens de lessen.
De rechtbank veroordeelde de exploitante tot betaling van de medische kosten en wettelijke rente, en veroordeelde de verzekeraar in vrijwaring tot vergoeding van deze kosten en proceskosten. De veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De exploitante van de manege is aansprakelijk en veroordeeld tot betaling van medische kosten aan de verzekeraar, die in vrijwaring wordt toegewezen.