ECLI:NL:RBSHE:2006:AV0717
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering homologatie akkoord en beëindiging schuldsanering met schone lei na letselschade-uitkering
Schuldenaren boden hun crediteuren een akkoord aan in hun schuldsaneringsregeling waarbij preferente schuldeisers 40% en concurrente schuldeisers 20% van hun vorderingen zouden ontvangen. Een letselschade-uitkering van ruim €125.000, gestort op een derdenrekening, vormde een belangrijk deel van het boedelactief. De rechter-commissaris adviseerde homologatie van het akkoord, stellende dat schuldeisers niet in hun belangen werden geschaad en dat schuldenaren aan hun verplichtingen hadden voldaan.
De rechtbank oordeelde echter dat de letselschade-uitkering, inclusief het immateriële schadegedeelte, volledig tot de boedel behoort op grond van artikel 6:106 BW Pro en jurisprudentie van de Hoge Raad. Hierdoor overstijgen de baten des boedels de som van het akkoord aanmerkelijk, wat een imperatieve weigeringsgrond is voor homologatie volgens artikel 153 lid 2 Fw Pro.
Hoewel sommige schuldeisers niet verschenen of tegenstemmend waren, achtte de rechtbank dit onvoldoende om af te wijken van de wettelijke verplichting tot weigering. De rechtbank concludeerde dat homologatie van het akkoord geweigerd moet worden. Desalniettemin werd vastgesteld dat schuldenaren niet tekortgeschoten zijn in hun verplichtingen en de schuldsanering wordt beëindigd met toekenning van de schone lei.
Uitkomst: De rechtbank weigert homologatie van het akkoord omdat de baten des boedels de som van het akkoord aanmerkelijk te boven gaan, maar kent de schone lei toe aan schuldenaren.