ECLI:NL:RBSHE:2007:BB6687
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen gematigd wegens omstandigheden
Eiser werd op 17 juni 2005 betrapt op het laten verrichten van arbeid door vier Poolse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, wat in strijd is met artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Verweerder legde een boete van €16.000 op, gebaseerd op vier overtredingen à €4.000 per stuk.
Eiser voerde aan dat hij via een tussenpersoon, Valerie, de werknemers had ingehuurd en niet wist dat een vergunning nodig was. Ook stelde hij dat hij niet verantwoordelijk gehouden kon worden voor het feit dat er op de laatste dag meer werknemers waren dan afgesproken. Daarnaast stelde hij dat de overheid onvoldoende had geïnformeerd over wetswijzigingen en dat de boete niet evenredig was.
De rechtbank oordeelde dat eiser als werkgever in de zin van de Wav aan te merken is en dat de boete terecht is opgelegd. Wel achtte de rechtbank het boetebeleid van verweerder niet volledig indringend getoetst, omdat omstandigheden waaronder de overtreding is begaan onvoldoende werden meegewogen. Gezien de specifieke omstandigheden, waaronder het onverwacht meer werknemers op de werkplek, matigde de rechtbank de boete naar €12.000. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een volle toets op de evenredigheid van bestuurlijke boetes met aandacht voor individuele omstandigheden, vooral bij punitieve sancties zoals de Wav-boete.
Uitkomst: De bestuurlijke boete is gematigd van €16.000 naar €12.000 wegens bijzondere omstandigheden.