ECLI:NL:RBSHE:2007:BA2018
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.C.M. Schoemaker
- L.C. Michon
- N.H.J.M. Veldman-Gielen
- Rechtspraak.nl
Matiging bestuurlijke boete wegens niet evenredige hoogte bij geringe overtreding Wet arbeid vreemdelingen
Eiseres, een vennootschap, kreeg een bestuurlijke boete van €8.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. Inspecteurs van de Arbeidsinspectie troffen op 28 januari 2005 mevrouw, zus van een vennoot, aan die enkele schoonmaakwerkzaamheden verrichtte zonder vergunning. Mevrouw had slechts enkele hand- en spandiensten in familieverband verricht en was aanwezig om het restaurant af te sluiten.
De rechtbank oordeelde dat de Wet arbeid vreemdelingen een ruim begrip van werkgever hanteert, waarbij het niet relevant is of er sprake is van een arbeidsovereenkomst of beloning. Desondanks achtte de rechtbank de overtreding gering en vond dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de omstandigheden, waaronder het feit dat mevrouw een vergunning had voor werkzaamheden in België en de overige werknemers wel vergunningen hadden.
De rechtbank stelde dat de boete een punitieve sanctie betreft en dat artikel 6 EVRM Pro vereist dat de hoogte van de boete evenredig moet zijn aan de ernst en verwijtbaarheid van de overtreding. De financiële omstandigheden van eiseres dienen ook meegewogen te worden. Gezien de geringe ernst van de overtreding matigde de rechtbank de boete tot €4.000. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank matigt de bestuurlijke boete tot €4.000 wegens disproportionaliteit met de geringe overtreding.