ECLI:NL:RVS:2007:BA9301
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- A.W.M. Bijloos
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor illegale tewerkstelling zonder vergunning
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde appellante een bestuurlijke boete op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. Appellante voerde aan dat de vreemdelingen geen arbeid verrichtten ten behoeve van haar restaurant, maar een maaltijd voor zichzelf bereidden, en dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdelingen op het moment van controle werkzaamheden verrichtten die als arbeid in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) kwalificeren. Het feit dat zij een maaltijd bereidden deed hieraan niet af. Tevens is volgens de memorie van toelichting relevant dat degene die feitelijk arbeid laat verrichten als werkgever wordt aangemerkt, ongeacht het bestaan van een arbeidsovereenkomst of beloning.
Appellante stelde verder dat de boete gematigd had moeten worden vanwege haar slechte financiële situatie, maar de Raad van State stelde dat de beleidsregels van de staatssecretaris een uniform boetebeleid nastreven en dat uitzonderlijke individuele omstandigheden nodig zijn voor matiging. De aangevoerde financiële omstandigheden waren onvoldoende om matiging te rechtvaardigen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank Haarlem. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete wegens het laten verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.