ECLI:NL:RBSHE:2007:BB6690
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen: toetsing evenredigheid en matiging boete
Eisers kregen een bestuurlijke boete van €8.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door twee Poolse vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank stelt vast dat de boete een punitief karakter heeft en dat artikel 6 EVRM Pro van toepassing is, wat een volle toets op de evenredigheid van de boete vereist. De rechtbank oordeelt dat de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) gehanteerde toets niet vol indringend is, omdat deze in beginsel abstraheert van de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan.
Eisers betwisten de hoogte van de boete en wijzen op bijzondere omstandigheden, zoals het gebroken been van eiser en het aannemen van hulp van een patiënt. De rechtbank acht deze omstandigheden relevant en matigt de boete tot €4.000, waarbij nog steeds een afschrikwekkende werking wordt toegekend.
De rechtbank vernietigt het eerdere besluit, verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat het nieuwe boetebedrag in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd van €8.000 naar €4.000 wegens bijzondere omstandigheden en disproportionaliteit.