ECLI:NL:RBSHE:2008:BF7405
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verwijtbare werkloosheid na kennelijk onredelijk ontslag
Eiser was sinds 1992 in dienst bij Penn Color en werd op 27 oktober 2006 op staande voet ontslagen wegens het schenden van een geheimhoudings- en non-concurrentiebeding door het oprichten van een eigen eenmanszaak en het bemiddelen tussen leverancier en klant. Dit ontslag werd later ingetrokken en vervangen door een opzegging met ingang van 1 mei 2007. De civiele rechter oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk en onregelmatig was en kende eiser een schadevergoeding toe.
Het UWV weigerde een WW-uitkering met ingang van 1 mei 2007 omdat zij het ontslag als verwijtbaar beschouwde op grond van artikel 24 van Pro de WW. De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de persoonlijke omstandigheden van eiser en de gevolgen van het ontslag, zoals vereist op grond van jurisprudentie over dringende redenen.
De rechtbank verwees naar een arrest van de Hoge Raad dat een kennelijk onredelijk ontslag niet kan samen gaan met een geldig ontslag op grond van een dringende reden. Omdat de civiele rechter het ontslag kennelijk onredelijk had geoordeeld, kon het UWV het besluit niet in stand houden. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd.