ECLI:NL:RBSHE:2011:BP2852
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek verwijtbare werkloosheid
De ex-werknemer, een voormalig ambtenaar, kreeg in 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2004 werd hij ontslagen wegens plichtsverzuim. In 2009 werd zijn WAO-uitkering herzien naar 45-55% en kreeg hij een WW-uitkering toegekend. De werkgever betwistte dit en stelde dat de werkloosheid verwijtbaar was vanwege het strafontslag.
De rechtbank oordeelde dat de werkloosheid feitelijk eerder was ingetreden dan de datum van de WW-toekenning, maar dat tot die datum een uitsluitingsgrond van toepassing was. Cruciaal was dat het UWV geen onderzoek had verricht naar de verwijtbaarheid van de werkloosheid, terwijl dit volgens de Memorie van Toelichting wel had moeten gebeuren.
Het besluit van het UWV werd daarom vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek en onvoldoende motivering. De rechtbank bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze overwegingen. Daarnaast werd het griffierecht aan de eiser vergoed en werden proceskosten aan de derde-belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het besluit tot toekenning van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar verwijtbare werkloosheid.