ECLI:NL:RBSHE:2011:BU8010
Rechtbank 's-Hertogenbosch
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen toestaan hergebruik Nationaal Wegenbestand
De zaak betreft het geschil over het toestaan van hergebruik van het Nationaal Wegenbestand (NWB), een digitaal geografisch bestand met gegevens van wegen in Nederland, beheerd door diverse wegbeheerders. Verzoekster, een onderneming actief in geografische data en routeplanning, vordert een voorlopige voorziening tegen besluiten van de minister van Infrastructuur en Milieu die onvoorwaardelijk hergebruik van het NWB toestaan.
Verzoekster stelt dat het gratis beschikbaar stellen van het NWB haar onderneming direct en onomkeerbaar schade berokkent, onder meer doordat klanten hun abonnementen opzeggen. Verweerder betoogt dat het NWB is verkregen in het kader van de publieke taak en dat het toestaan van hergebruik niet in strijd is met de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) of andere regelgeving. Tevens is volgens verweerder geen sprake van een spoedeisend belang of onomkeerbare gevolgen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende concreet bewijs heeft geleverd voor haar stellingen omtrent ernstige en onomkeerbare schade. Het NWB is al openbaar en toegankelijk sinds 2007, en aanvullende informatie is nodig om concurrerende producten te maken. De rechter acht het niet aannemelijk dat het toestaan van hergebruik onomkeerbare gevolgen heeft. Ook is het niet aannemelijk dat het standpunt van verweerder onjuist is. De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen.
De uitspraak benadrukt dat het toestaan van hergebruik van het NWB past binnen de publieke taak van verweerder en niet in strijd is met de Wob, de Mededingingswet, de Wet Inspire of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Eventuele nadeelcompensatie kan apart worden beoordeeld, maar valt buiten de huidige procedure.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen het toestaan van hergebruik van het NWB worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van onomkeerbare schade.