ECLI:NL:RBUTR:2003:AI0790
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Veertienjarige aansprakelijk voor ernstig letsel door schot met windbuks op achtjarig kind
Op 12 juni 1998 raakte een achtjarig meisje op een camping in Ede ernstig gewond door een schot uit een windbuks van een veertienjarige jongen, die met toestemming van zijn ouders luchtdrukwapens mocht gebruiken. De jongen richtte zijn geladen wapen op het meisje, waarna het kogeltje haar oog en kaak binnendrong. De rechtbank laat in het midden of het schot opzettelijk was, maar stelt vast dat het richten van een geladen en scherp staande windbuks op het hoofd van een ander al onrechtmatig is vanwege het grote risico op ernstig letsel.
De rechtbank beoordeelt dat het gedrag van de jongen onzorgvuldig en gevaarlijk was, ook indien het schot per ongeluk afging. De situatie waarin de kinderen elkaar met wapens richtten, vergrootte het risico op een ongeval, en de jongen had het risico kunnen voorkomen door het wapen te ontspannen of te ontladen. Vanwege de jeugdige leeftijd van het slachtoffer kan geen sprake zijn van risicoaanvaarding.
De ouders van het meisje vorderen schadevergoeding van de jongen en zijn ouders. De rechtbank acht de jongen aansprakelijk voor de onrechtmatige daad en onderzoekt de aansprakelijkheid van zijn ouders. De procedure wordt aangehouden in afwachting van andere lopende zaken, maar partijen mogen tegen dit tussenvonnis hoger beroep instellen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de veertienjarige jongen onrechtmatig handelde en aansprakelijk is voor het letsel van het achtjarige meisje, maar houdt de zaak aan voor verdere afhandeling.