ECLI:NL:RBUTR:2004:AO9484
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning sportgeneeskunde als zelfstandig medisch specialisme
De Vereniging voor Sportgeneeskunde heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Centraal College Medische Specialismen (CCMS) om sportgeneeskunde niet aan te wijzen als zelfstandig medisch specialisme en tegen het besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om dit besluit goed te keuren. De rechtbank oordeelt dat de besluiten zorgvuldig zijn genomen en voldoende gemotiveerd zijn.
De rechtbank overweegt dat de erkenning van specialismen een discretionaire bevoegdheid is van het CCMS, waarbij het advies van een representatieve werkgroep (WES) is gevolgd. De sportgeneeskunde is erkend als sociaal geneeskundig specialisme, maar het verzoek tot overgang naar klinisch specialisme is afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat dit een meerwaarde biedt.
De rechtbank wijst procedurele bezwaren af omdat eiseres niet in haar belangen is geschaad. Ook is geen strijd met het recht of algemeen belang vastgesteld. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de besluiten bevestigd.
Uitkomst: De beroepen van de Vereniging voor Sportgeneeskunde worden ongegrond verklaard en de besluiten tot afwijzing van erkenning als zelfstandig medisch specialisme bevestigd.