ECLI:NL:RBUTR:2004:AR2721
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Jansen
- T. Dompeling
- Rechtspraak.nl
Beslissing over impliciete aanspraak op WW-vervolguitkering en vernietiging besluit UWV
Eiser kreeg bij besluit van 7 januari 2004 een loongerelateerde WW-uitkering toegekend, maar verweerder verklaarde het bezwaar van eiser tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank stelde vast dat de bijlage bij het besluit een impliciete beslissing bevatte over de vervolguitkering, waarin werd aangegeven dat eiser geen recht had op een vervolguitkering vanwege de datum van eerste werkloosheid.
De rechtbank oordeelde dat deze bijlage als een afzonderlijk besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro moet worden beschouwd, omdat het een publiekrechtelijke rechtshandeling met rechtsgevolg betreft. Verweerder had het bezwaar van eiser over de vervolguitkering inhoudelijk moeten behandelen, mede gezien de overgangsbepalingen in artikel 130h van de WW.
Verder concludeerde de rechtbank dat het bestreden besluit niet zorgvuldig was voorbereid en niet deugdelijke was gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 Awb. Daarom werd het besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het besluit van 7 januari 2004 wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.