ECLI:NL:RBUTR:2004:AR3086
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling openbaarmakingsregeling Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften versus Wet openbaarheid van bestuur
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van verweerder waarin het bezwaar tegen de weigering van de officier van justitie om tijdig te beslissen op een WOB-verzoek werd afgewezen. Eiser had verzocht om inzage en afgifte van diverse stukken met betrekking tot een administratieve sanctie wegens een verkeersovertreding. Verweerder beriep zich op artikel 11 van Pro de Wahv als een bijzondere openbaarmakingsregeling die de WOB zou verdringen.
De rechtbank overweegt dat artikel 11 van Pro de Wahv geen alternatieve openbaarmakingsregeling is die aan de WOB derogeert. Artikel 11 regelt Pro slechts inzage voor partijen in de procedure en strekt niet tot publieke openbaarmaking. De WOB blijft naast de Wahv van toepassing. Verweerder had moeten beoordelen of eiser op grond van de WOB recht had op verdere inzage.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 7:11 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht en beveelt een nieuwe beslissing binnen zes weken. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. De rechtbank wijst proceskostenveroordeling af omdat geen kosten zijn gebleken die voor vergoeding in aanmerking komen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.