ECLI:NL:RVS:2002:AF1476
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake weigering verdergaande inzage op grond van Wet openbaarheid van bestuur
Verzoeker had op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) inzage gevraagd in documenten die ten grondslag lagen aan een ambtsbericht in een asielprocedure. Appellant, de Minister van Buitenlandse Zaken, had stukken verstrekt met weggelaten passages en het bezwaar van verzoeker tegen deze weigering ongegrond verklaard. De rechtbank Breda had het beroep van verzoeker gegrond verklaard en het besluit op bezwaar vernietigd.
De Raad van State stelt vast dat de rechtbank bij haar beoordeling ten onrechte buiten de grenzen van het geschil is getreden door te veronderstellen dat de Wob niet van toepassing was. De Afdeling oordeelt dat de Wob wel van toepassing is en dat artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen uitputtende openbaarmakingsregeling vormt die de Wob uitsluit.
De Afdeling overweegt dat het recht op openbaarmaking op grond van de Wob uitsluitend het publieke belang dient en geen onderscheid mag maken naar de persoon of het specifieke belang van de verzoeker. Gelet op het belang van bronbescherming en bescherming van onderzoeksmethoden, is het standpunt van appellant dat niet meer informatie dan reeds verstrekt kan worden vrijgegeven, redelijk. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van verzoeker ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van verzoeker wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.