ECLI:NL:RBUTR:2005:AS2127
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Binsbergen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek op inzage persoonsgegevens wegens disproportionele administratieve lasten
Een klant van Dexia Bank verzocht de bank om een volledig overzicht van zijn persoonsgegevens die de bank verwerkt, op grond van artikel 35 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Dit verzoek volgde op een uitzending van TROS Radar en was gebaseerd op een voorbeeldbrief van die website. De bank weigerde het verzoek met het argument dat zij door duizenden soortgelijke verzoeken disproportioneel wordt belast.
De rechtbank oordeelde dat de bank in beginsel gehouden is om een overzicht te verstrekken van de persoonsgegevens, zoals contractgegevens, risicoprofiel, kredietwaardigheid en relevante documenten. Echter, aankoopbewijzen van aandelen en bandopnamen van telefoongesprekken vielen niet onder de Wbp en hoefden niet te worden verstrekt.
De bank stelde zich op het standpunt dat het massale karakter van de verzoeken, die vrijwel identiek waren, leidde tot disproportionele administratieve lasten en dat de klant onvoldoende concreet belang had bij het verzoek. De rechtbank vond dit aannemelijk en oordeelde dat onder deze omstandigheden niet van de bank kan worden verlangd het overzicht te verstrekken. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om inzage in persoonsgegevens wordt afgewezen wegens disproportionele administratieve lasten en onvoldoende specifiek belang.