ECLI:NL:RBUTR:2005:AS4156
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen in aandelenleasezaak wegens schending zorgplicht en strijd met consumentenkredietwet
In 1999 sloot de gedaagde een aandelenleaseovereenkomst met Dexia, waarbij zij een pakket aandelen leaste met een looptijd van 36 maanden en een leasesom van ruim €47.000. Gedurende de looptijd ontstonden betalingsachterstanden en aan het einde was sprake van een restschuld. Dexia vorderde betaling van deze restschuld, terwijl de gedaagde stelde dat Dexia onrechtmatig had gehandeld en aansprakelijk was voor de schade.
De rechtbank oordeelde dat Dexia haar bijzondere zorgplicht als kredietverstrekker had geschonden door onvoldoende onderzoek te doen naar de financiële draagkracht van de gedaagde, die meerdere schulden had en een laag inkomen. Tevens werd geoordeeld dat de aandelenleaseconstructie onder de Wet op het consumentenkrediet valt, ondanks het innovatieve karakter en het ontbreken van een vergunning door Dexia.
Hoewel de overeenkomst nietig zou zijn wegens strijd met de WCK, vond de rechtbank dat het onaanvaardbaar zou zijn Dexia volledig schadeloos te stellen vanwege het gerealiseerde waardedalingsrisico dat de gedaagde kende. Daarom moest de gedaagde een deel van de schade dragen, gelijk aan de betaalde maandtermijnen. Uiteindelijk werden alle vorderingen afgewezen en werden partijen veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Dexia en de reconventionele vorderingen af en veroordeelt partijen in de proceskosten.