ECLI:NL:RBUTR:2005:AS4678
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid effectenleaseovereenkomst wegens strijd met Wet op het consumentenkrediet
In februari 2000 sloot de gedaagde een effectenleaseovereenkomst met Dexia, waarbij zij aandelen leaset voor een looptijd van 36 maanden. Dexia stelde een bedrag ter beschikking waarover rente werd betaald. Na afloop van de overeenkomst ontstond een geschil over de openstaande vordering van Dexia.
De gedaagde voerde aan dat de overeenkomst nietig is wegens strijd met de Wet op het consumentenkrediet (WCK), omdat Dexia geen vergunning had om krediet te verlenen. De rechtbank oordeelde dat de effectenleaseconstructie onder de definitie van krediettransactie valt en dat Dexia inderdaad geen vergunning bezat, waardoor de overeenkomst nietig is op grond van art. 3:40 lid 2 BW Pro.
Als gevolg van de nietigheid ontbrak de rechtsgrond voor de verrichte prestaties en dienen de partijen wederzijds onverschuldigde betalingen terug te geven. Dexia moet de betaalde rente terugbetalen, maar mag een bedrag in mindering brengen dat overeenkomt met de waardedaling van de AEX-index gedurende de looptijd van de overeenkomst, omdat de gedaagde het risico van waardedaling kende.
De vordering van Dexia wordt afgewezen en Dexia wordt veroordeeld tot terugbetaling van rente en een bedrag van €45,38, verminderd met de waardedaling, met wettelijke rente. De proceskosten worden verdeeld, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De effectenleaseovereenkomst is nietig wegens het ontbreken van een vergunning, waardoor Dexia haar vordering verliest en rente minus waardedaling moet terugbetalen.