ECLI:NL:RBUTR:2005:AT8663
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging correctienota sociale verzekeringspremies wegens onvoldoende motivering en niet in het oog springende afwijkingen identiteitsbewijs
Eiseres stelde beroep in tegen een correctienota van het UWV waarin correcties werden opgelegd op de betaalde premies sociale verzekeringswetten over de jaren 2002 tot en met 2004. De correcties waren gebaseerd op het feit dat een werknemer een vals paspoort had overlegd, wat de toepassing van het anoniementarief rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde dat de afwijkingen op het paspoort, bestaande uit taalfouten in een kleine zin tussen meerdere talen, niet zodanig in het oog sprongen dat een werkgever deze eenvoudig had kunnen constateren.
Verder stelde de rechtbank vast dat de motivering van het bestreden besluit onvoldoende was omdat deze niet bij de bekendmaking was vermeld. Een aanvullende motivering in het verweerschrift kon dit gebrek niet herstellen. De rechtbank overwoog dat eiseres redelijkerwijs niet had hoeven onderkennen dat het document vals was, mede omdat er geen actieve voorlichting was gegeven aan werkgevers over waar zij op moesten letten bij identiteitscontrole.
Ten aanzien van de identificatieplicht oordeelde de rechtbank dat de werkgever bij aanvang van elk dienstverband de identiteit van de werknemer moet vaststellen aan de hand van een geldig document. Het verlopen van de geldigheidsduur van een paspoort na vaststelling van de identiteit ontslaat de werkgever niet van deze plicht. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en niet in het oog springende afwijkingen.