ECLI:NL:RBUTR:2006:AV9361
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F. Bandringa
- Y. Sneevliet
- R.P. den Otter
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en maatmanuurloon bij gecombineerde dienstbetrekkingen
Eiser, werkzaam bij twee werkgevers met een totaal van bijna 59 uur per week, betwist het besluit van het UWV waarin de maatman voor de berekening van zijn arbeidsongeschiktheid is gemaximeerd op 38 uur per week. Hij stelt dat dit leidt tot een onjuiste berekening van zijn arbeidsongeschiktheid en een inbreuk op zijn eigendomsrecht volgens het EVRM. Tevens voert hij aan dat de wijziging van het Schattingsbesluit indirect discriminerend is voor werknemers met een niet-Nederlandse achtergrond.
De rechtbank overweegt dat de maatman conform het gewijzigde Schattingsbesluit per 1 oktober 2004 is gemaximeerd op 38 uur per week en dat dit niet leidt tot een onrechtmatige inbreuk op eigendomsrechten. Daarnaast is onvoldoende statistisch bewijs geleverd voor het vermoeden van indirecte discriminatie. De rechtbank bevestigt dat het maatmanuurloon moet worden berekend als een gewogen gemiddelde van de lonen bij beide werkgevers, conform de jurisprudentie.
De rechtbank concludeert dat de gehanteerde methode van het UWV rechtmatig is en dat eiser minder dan 15% arbeidsongeschikt is, waardoor hij geen recht heeft op WAO-uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.