ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering WAO-uitkering wegens maximering urenomvang maatman
Appellant was werkzaam als voorman sorteerder en voorman schoonmaker en meldde zich ziek op 5 december 2003. Het UWV weigerde hem per 3 december 2004 een WAO-uitkering toe te kennen, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Dit besluit was mede gebaseerd op het Schattingsbesluit 2004, dat de urenomvang van de maatman maximeert op 38 uur per week.
De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het Schattingsbesluit 2004 verbindende kracht heeft. In hoger beroep betwistte appellant dit standpunt en stelde dat de artikelen 9 en 10 van het Schattingsbesluit het beginsel van feitelijke inkomstenderving verlaten en daardoor onverbindend zijn.
De Centrale Raad van Beroep volgde appellant en oordeelde dat het Schattingsbesluit 2004 onverbindend is voor zover het het beginsel van feitelijke inkomstenderving verlaat. Daarom vernietigde de Raad het besluit van het UWV en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het beroep van appellant wordt gegrond verklaard.