ECLI:NL:RBUTR:2006:AW2494
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.A.M. Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring bij blootstelling aan asbest tijdens dienstverband tandarts
De zaak betreft een vordering van de weduwe van een ex-werknemer die tijdens zijn dienstverband als hoofdinstructeur tandheelkunde bij de Universiteit Utrecht tussen 1964 en 1966 aan asbest zou zijn blootgesteld. De ex-werknemer is in 2001 overleden aan mesothelioom, een asbestgerelateerde ziekte. De weduwe stelde de Universiteit aansprakelijk voor de schade.
De Universiteit voerde verjaring aan, omdat de blootstelling eindigde in 1966 en de verjaringstermijn van dertig jaar op 1 september 1996 was verstreken. De weduwe betoogde dat de verjaringstermijn niet onaanvaardbaar was naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, gezien de late diagnose en complexiteit van de zaak.
De rechtbank overwoog dat de verjaringstermijn inderdaad was verstreken en dat de vertraging in het instellen van de vordering niet gerechtvaardigd was. De Universiteit had tijdig en gemotiveerd haar standpunt ingenomen en de weduwe had te lang gewacht met het instellen van de procedure. Ook het ontbreken van een verzekering en het feit dat de subfaculteit Tandheelkunde niet meer bestaat, waren factoren die meewogen.
Gelet op deze omstandigheden oordeelde de rechtbank dat het beroep op verjaring niet onaanvaardbaar was en wees de vordering af. De weduwe werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de weduwe wordt afgewezen wegens verjaring van de schadeclaim.