ECLI:NL:RBUTR:2006:AW2525
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.H. van Meegen
- M.H.F. van Vugt
- M.P. van der Burg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-beschikking wegens ontbreken toestandsdatum en strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Eiser betwistte de WOZ-beschikking van 28 februari 2005 waarin de waarde van zijn woning werd vastgesteld naar de waardepeildatum 1 januari 2003, terwijl de woning op dat moment nog niet was gebouwd. Volgens eiser had ook de toestandsdatum vermeld moeten worden, omdat de woning in de periode voorafgaand aan het tijdvak waarvoor de waarde geldt (1 januari 2005 tot 1 januari 2007) is gewijzigd.
Verweerder stelde dat de Wet WOZ niet verplicht tot het vermelden van een toestandsdatum bij toepassing van artikel 19, eerste lid, en dat het computersysteem die mogelijkheid niet kent. De rechtbank oordeelde echter dat, gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, ook bij waardeverandering de datum van de toestand moet worden vermeld om rechtszekerheid te waarborgen.
Omdat de WOZ-beschikking niet vermeldde naar welke toestand de waardering was verricht en dit ook niet uit de beschikking kon worden afgeleid, werd de beschikking vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de WOZ-beschikking wegens het ontbreken van de toestandsdatum en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.