ECLI:NL:RBUTR:2007:BA3803
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Wijna
- H.J.H. van Meegen
- M.P. van der Burg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardebeschikking onroerende zaak volgens Wet WOZ en motiveringsbeginsel
Eiseres betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een bedrijfsgebouw voor het belastingtijdvak 2005-2006, vastgesteld op basis van de waardepeildatum 1 januari 2003. Verweerder gebruikte de huurwaardekapitalisatiemethode, onderbouwd met een taxatierapport van juni 2006.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 19 van Pro de Wet WOZ de waarde moet worden bepaald naar de toestand van het object op 1 januari 2005, vanwege verbeteringen en bodemsanering die in de twee jaren voorafgaand aan het tijdvak zijn uitgevoerd. Hoewel de toestandsdatum niet op de beschikking is vermeld, acht de rechtbank dit niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, maar wel met het motiveringsbeginsel.
De rechtbank accepteert de aanvulling van verweerder op de motivering en passeert het gebrek. Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de vastgestelde waarde niet hoger is dan de economische waarde op de waardepeildatum. De rechtbank wijst het standpunt van eiseres af dat de aankoopprijs in 2004 de waarde zou moeten bepalen, gezien de daaropvolgende verbeteringen.
Ten slotte wordt verweerder gelast het door eiseres betaalde griffierecht te vergoeden, aangezien een betere motivering mogelijk de procedure had kunnen voorkomen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebeschikking wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt gelast het betaalde griffierecht te vergoeden.