ECLI:NL:RBUTR:2007:BB1154
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking toestemming portiersfunctie wegens onvoldoende zorgvuldigheid en motivering
Eiser, werkzaam als portier bij een horecagelegenheid, kreeg op 6 mei 2005 toestemming van de korpschef om te werken. Deze toestemming werd op 6 september 2006 ingetrokken wegens vermeende betrokkenheid bij mishandelingen op 1 juli en 11 juni 2006. Eiser voerde aan dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven en dat het onderzoek en de motivering van de intrekking onvoldoende waren.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef onvoldoende bewijs had geleverd van verzending van de uitnodiging voor de hoorzitting, waardoor de hoorplicht was geschonden, maar dit gebrek was hersteld door latere hoorzittingen en processen-verbaal. Cruciaal was dat de korpschef onvoldoende onderzoek had gedaan naar de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen, met name over de zichtbaarheid bij het incident en mogelijke motieven voor valse beschuldigingen.
De rechtbank stelde vast dat de motivering van de intrekking onvoldoende was en dat de korpschef onvoldoende zelfstandig onderzoek had verricht. Ook was onvoldoende onderzocht of het incident op 11 juni 2006 mishandeling betrof. Gezien het belang voor eiser en zijn schone verleden in de beveiligingsbranche werd het besluit vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de toestemming wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek en motivering.