ECLI:NL:RBUTR:2007:BB9096
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.C. Bakker
- Y. Sneevliet
- Rechtspraak.nl
Herziening boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen wegens onevenredigheid
Eiser werd een bestuurlijke boete van €4.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door zijn broer zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De broer hielp kortdurend mee in het eetcafé van eiser zonder formele opdracht of arbeidsovereenkomst.
De rechtbank oordeelde dat eiser als werkgever kon worden aangemerkt op grond van het ruime werkgeversbegrip in de Wav, ook al was er geen gezagsverhouding of arbeidsovereenkomst. De situatie werd echter als bijzonder beschouwd omdat de broer slechts kort op bezoek was en incidenteel hielp zonder dat dit door eiser was opgedragen.
Verweerder had onvoldoende rekening gehouden met deze omstandigheden en paste de beleidsregels zonder maatwerk toe, waardoor de opgelegde boete niet in redelijke verhouding stond tot de ernst van de overtreding. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en mat de boete substantieel naar beneden tot €1.000, gebruikmakend van haar bevoegdheid tot finale geschilbeslechting.
Uitkomst: De boete wordt herroepen en vastgesteld op €1.000 wegens bijzondere omstandigheden en disproportionaliteit.