ECLI:NL:RBUTR:2007:BB9521
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid inlenende werkgever voor niet-betaalde premies uitzendbureau
Eiseres, een inlenende werkgever, werd op grond van artikel 16a van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor niet-betaalde premies door het uitzendbureau [M] over de jaren 1999 tot en met 2001. Het UWV stelde eiseres aansprakelijk voor een bedrag van €239.743,20. Eiseres betwistte de aansprakelijkheid, onder meer vanwege vermeende onjuiste adressering van premienota’s, onvoldoende incassobeleid van het UWV, schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en de redelijke termijn, en onjuiste berekening van de premies.
De rechtbank oordeelde dat de premienota’s terecht aan het adres [a-straat 31] waren gezonden, omdat dit adres ook door [M] zelf werd gebruikt op facturen. Het UWV had voldoende incassomaatregelen getroffen en de termijn voor aansprakelijkstelling was niet onredelijk overschreden. Wel werd erkend dat de bezwaarprocedure te lang had geduurd, maar dit was gecompenseerd door het achterwege laten van invorderingsrente. De aansprakelijkheid voor het jaar 2001 werd vernietigd, omdat het UWV dit ten onrechte had gehandhaafd.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiseres onvoldoende had voldaan aan haar administratieve verplichtingen om de identiteit van de ingeleende werknemers te controleren, waardoor het UWV terecht het anoniementarief toepaste bij de premiecalculatie. De rechtbank oordeelde dat de aansprakelijkheid voor 1999 en 2000 gehandhaafd bleef, maar met een vermindering vanwege betalingen op de G-rekening en uitwinning door de Belastingdienst. Ten slotte werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De aansprakelijkstelling voor 2001 wordt vernietigd; aansprakelijkheid voor 1999-2000 blijft gehandhaafd met aanpassingen en vergoeding van proceskosten.