ECLI:NL:CRVB:2001:AE8652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid inlener voor premies Poolse arbeidskrachten bij feitelijke vestiging uitlener in Nederland
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) stelde gedaagde, exploitant van een pluimveeslachterij, hoofdelijk aansprakelijk voor premies sociale verzekeringen over Poolse arbeidskrachten die via het bedrijf [X.] aan haar werden ter beschikking gesteld. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat niet kon worden uitgesloten dat [X.] een buiten Nederland gevestigde werkgever was, waardoor geen verzekeringsplicht zou bestaan.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de Poolse arbeidskrachten wel degelijk onder de Nederlandse werknemersverzekeringen vallen. Het uitlenende bedrijf [X.] was feitelijk in Nederland gevestigd, ondanks dat het formeel in Polen was opgericht. Dit blijkt uit het ontbreken van bedrijfsactiviteiten in Polen, het gebruik van Nederlandse administratieadressen en het feit dat alle relevante bedrijfsactiviteiten in Nederland plaatsvonden.
De Raad verwierp het standpunt van gedaagde dat sprake was van zelfstandigen of aanneming van werk. Ook het beroep op artikel 14 van Pro het Besluit, dat verzekeringsplicht kan uitsluiten bij buitenlandse vestiging, faalde omdat gedaagde onvoldoende bewijs leverde voor een buitenlandse vestiging van [X.].
De Raad acht de schatting van het premieloon op 70% van de gefactureerde bedragen redelijk. Gelet op het toezicht van gedaagde op de werkzaamheden van de Poolse arbeidskrachten is aan de voorwaarden voor hoofdelijke aansprakelijkheid voldaan. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep van Lisv ongegrond en bevestigt de hoofdelijke aansprakelijkheid van gedaagde voor de premies.