ECLI:NL:RBUTR:2008:BD7193
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y. Sneevliet
- J.K. van de Poel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening bij toekenning WGA-uitkering en nominale waarde vakantiebonnen
Eiser stelde beroep in tegen het besluit van het UWV waarbij het dagloon voor zijn loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) was vastgesteld op €128,26. Het geschil betrof uitsluitend de vraag of bij de dagloonberekening de nominale waarde van de aan eiser verstrekte vakantiebonnen volledig (100%) dan wel slechts gedeeltelijk (90%) moest worden meegenomen.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 24 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen moest worden uitgegaan van het loon zoals bedoeld in artikel 4 van Pro de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen zoals dat in 2005 luidde. Volgens de toepasselijke regelgeving mag de waarde van vakantiebonnen worden gesteld op een percentage van de nominale waarde, waarbij voor 2005 dat percentage 90% bedraagt.
Verweerder had de dagloonberekening gebaseerd op loonstroken over de referteperiode, waarbij het bedrag onder de post 'Belaste waarde vakantiefonds' gelijk werd gesteld aan 87,5% van de nominale waarde van de vakantiebon. De rechtbank achtte dit een redelijke en juiste benadering, mede gezien het ontbreken van enkele loonstroken door het faillissement van de werkgever. Het beroep van eiser op een volledige waardering van 100% en op strijd met het gelijkheidsbeginsel werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vaststelling van het dagloon op €128,26. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van het dagloon is ongegrond verklaard en het dagloon van €128,26 bevestigd.