ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0055
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding en bonusbetaling bij wijziging beleid door kredietcrisis
De werknemer [X] was senior-manager bij ABN AMRO en ontving een retentiebrief in november 2007 waarin hem een gegarandeerde bonus en een ontslagvergoeding werden toegezegd voor de periode tot oktober 2009. Na de overname van ABN AMRO door een consortium ontstond de kredietcrisis, waarna ABN AMRO haar beleid inzake ontslagvergoedingen en bonusbetalingen wijzigde, onder druk van de overheid en maatschappelijke opinie.
ABN AMRO paste per 1 januari 2009 een nieuwe kantonrechtersformule toe met een lagere C-factor en voerde een deferralbeleid in waarbij bonussen over 2008 en 2009 niet contant maar gespreid en in de vorm van subordinated bonds zouden worden uitbetaald. [X] weigerde hiermee akkoord te gaan en vorderde betaling van een hogere ontslagvergoeding en contante bonusbetaling conform de retentiebrief.
De rechtbank oordeelt dat de retentiebrief een bindende toezegging is die ABN AMRO niet eenzijdig kon wijzigen. De wijzigingsbevoegdheid uit de C&B Regulations en de artikelen 7:611, 7:613, 6:258 en 6:248 BW is niet van toepassing op de overeengekomen ontslagvergoeding en de wijze van bonusbetaling. De kredietcrisis vormt weliswaar onvoorziene omstandigheden, maar deze rechtvaardigen geen wijziging van de overeenkomst jegens [X].
ABN AMRO moet derhalve de ontslagvergoeding van € 2.480.483 bruto voldoen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2009, en de bonussen over 2008 en 2009 contant uitbetalen met wettelijke rente vanaf respectievelijk 1 april en 1 augustus 2009. De vordering tot buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: ABN AMRO moet de hogere ontslagvergoeding en contante bonussen aan [X] voldoen conform de retentiebrief van 2007.