ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0204
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding en bonusgeschil senior-manager ABN AMRO na beëindiging dienstverband
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en een senior-manager over de hoogte van de bonus over 2009 na beëindiging van het dienstverband per 1 juli 2009. De werknemer baseerde zijn aanspraak op een retentiebrief van Fortis uit februari 2008, waarin een gegarandeerde bonus voor 2008 en 2009 werd toegezegd. ABN AMRO betwistte de contractuele binding aan deze brief en stelde dat de bonus slechts pro rata over het deel van het jaar dat de werknemer in dienst was, verschuldigd was.
De kantonrechters oordeelden dat uit de retentiebrief niet zonder meer volgt dat de bonus ook betaald moet worden over de periode na het einde van het dienstverband. De verwachting was immers dat de werknemer gedurende de integratieperiode volledig zou blijven werken. Verder werd geoordeeld dat de werknemer niet aannemelijk had gemaakt dat ABN AMRO verwijtbaar handelde door het dienstverband per 1 juli 2009 te laten eindigen.
De kantonrechters verwierpen het beroep van de werknemer op de retentiebrief als bindende overeenkomst voor volledige bonusbetaling over 2009 en bevestigden dat alleen recht op een pro rata bonus bestond. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De werknemer heeft slechts recht op een pro rata bonus van € 322.500,-- over 2009 na beëindiging van het dienstverband.