ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0260
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding na wijziging severance policy door ABN AMRO niet gewijzigd wegens gerechtvaardigd vertrouwen
De zaak betreft een geschil tussen ABN AMRO en werknemer [X] over de hoogte van de ontslagvergoeding na boventalligheid. ABN AMRO had in 2007 een beleid voor ontslagvergoedingen dat zij in 2009 wijzigde onder druk van de kredietcrisis en maatschappelijke kritiek op bonussen en vergoedingen. [X] stelt aanspraak te maken op de oude regeling vanwege toezeggingen en garanties die haar gerechtvaardigd vertrouwen gaven.
De kantonrechters oordeelden dat de toezeggingen van ABN AMRO, onder meer via een garantie van het consortium en uitlatingen van een hoofd HR, een contractuele verplichting vormen die niet eenzijdig kan worden gewijzigd. De gewijzigde omstandigheden, waaronder de kredietcrisis en overheidsbemoeienis, zijn onvoorzien maar rechtvaardigen geen wijziging van de toezegging jegens [X].
ABN AMRO kon geen beroep doen op het wijzigingsbeding in de C&B Regulations of op de artikelen 7:611, 7:613, 6:258 en 6:248 BW. De kantonrechters bevestigden het recht van [X] op een ontslagvergoeding van €416.065 bruto volgens de oude kantonrechtersformule, met wettelijke rente vanaf 1 april 2010. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: ABN AMRO moet aan [X] een ontslagvergoeding van €416.065 bruto betalen volgens het oude beleid, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 april 2010.