ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3280
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- D.E.S. Tomeij
- K.J. Veenstra
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake weigering bijstandsuitkering op grond van niet-meewerken aan Work First traject
Verzoeker heeft een aanvraag voor een bijstandsuitkering ingediend die door verweerder is afgewezen op grond van artikel 15 van Pro de WWB, omdat verzoeker niet wilde meewerken aan het Work First traject bij Apprenti. Verzoeker weigerde een concreet aanbod voor betaalde arbeid en medewerking aan een psychologisch onderzoek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker zich schuldig heeft gemaakt aan schending van zijn verplichtingen op grond van artikel 9, eerste lid, van de WWB. Echter is het volgens de voorzieningenrechter onterecht dat verweerder de uitkering geheel weigert op basis van artikelen 5 en 15 van de WWB; een passende sanctie zou een maatregel op grond van artikel 18, tweede lid, van de WWB zijn.
Apprenti wordt niet beschouwd als een voorliggende voorziening buiten de bijstand, omdat het traject vooral gericht is op re-integratie en niet op werken. Het bezwaar tegen het besluit heeft redelijke kans van slagen, maar de voorlopige voorziening wordt niet toegewezen vanwege onzekerheid over het recht op bijstand en het risico van onmogelijkheid tot terugbetaling.
De voorzieningenrechter beveelt verweerder aan binnen twee weken op het bezwaar te beslissen en veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 644,-.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar verweerder moet binnen twee weken op bezwaar beslissen en wordt in proceskosten veroordeeld.