ECLI:NL:RBUTR:2009:BK4414
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.M.J.H. Muijlaert
- M.N. Noorman
- S. Wijna
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen gemeentelijke bouwleges eerste en tweede fase
Eiseres, een BV, maakte bezwaar tegen twee legesaanslagen opgelegd door de gemeente Vianen voor bouwvergunningen eerste en tweede fase, respectievelijk € 50.025,58 en € 39.068,33. Zij betoogde dat de Legesverordening onverbindend is wegens strijd met artikel 229b van de Gemeentewet en dat de heffing onredelijk en willekeurig is door het ontbreken van een degressief tarief of maximumbedrag. Ook stelde zij dat de grondslag voor de heffing onjuist was omdat verweerder een eigen raming gebruikte in plaats van haar raming van de bouwkosten.
De rechtbank overwoog dat de Hoge Raad in een arrest van 14 augustus 2009 heeft bevestigd dat gemeenten binnen de wettelijke kaders zelf heffingsmaatstaven mogen bepalen en dat verschillen in kostendekkingspercentages niet onrechtmatig zijn. De rechtbank vond het vaste percentage van 13,5‰ niet onredelijk of willekeurig. Verweerder had bovendien voldoende inzicht gegeven in de kostendekkendheid van de leges over 2007, ondanks dat dit laat gebeurde.
Ten aanzien van de heffingsgrondslag stelde de rechtbank dat de bouwkosten objectief moeten worden geraamd op de prijs die in het economische verkeer tussen onafhankelijke partijen geldt. De door verweerder gehanteerde raming, gebaseerd op een standaardwaarde per kubieke meter uit een collegebesluit en de NEN 2631 norm, werd niet onredelijk of onjuist bevonden. Eiseres had haar lagere raming onvoldoende onderbouwd.
De beroepen werden daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen konden binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam belastingkamer.
Uitkomst: De beroepen tegen de legesaanslagen voor bouwvergunningen eerste en tweede fase worden ongegrond verklaard.