ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7527
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling achtergestelde leningen en verrekening bij surseance van FC Den Bosch
De rechtbank Utrecht behandelde een geschil tussen FC Den Bosch en [gedaagde] over de status van verstrekte leningen en de mogelijkheid tot verrekening in het kader van een gehomologeerd surseanceakkoord.
FC Den Bosch stelde dat meerdere leningen achtergesteld waren, terwijl [gedaagde] dit betwistte en tevens een beroep deed op verrekening van vorderingen. Uit getuigenverklaringen en notulen bleek dat slechts de eerste lening van 3 januari 2000 expliciet was achtergesteld; bewijs voor achterstelling van latere leningen was onvoldoende. De rechtbank oordeelde dat de achterstelling ook inhoudt dat verrekening met deze lening is uitgesloten.
De rechtbank bevestigde dat na homologatie van het surseanceakkoord de niet-betaalde vordering van [gedaagde] een natuurlijke verbintenis vormt, waardoor verrekening niet mogelijk is. [gedaagde] werd veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag van € 100.460,88 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 30 juni 2000. Tevens werd een schadestaatprocedure toegewezen voor aanvullende schadevergoeding wegens niet-nakoming van garantieverplichtingen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat slechts de eerste lening achtergesteld is, verrekening met deze lening is uitgesloten, en veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 100.460,88 plus wettelijke rente aan FC Den Bosch.