ECLI:NL:RBUTR:2010:BN0745
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M.E.C. Bakker
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Vernietiging indicatiebesluit AWBZ wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing cliëntprofielen
Verzoeker, ernstig meervoudig gehandicapt en woonachtig in een zorginstelling, kreeg een indicatiebesluit van het CIZ waarbij het aantal zorguren aanzienlijk werd verlaagd door toekenning van ZZP VG05. Verzoeker stelde dat dit niet voldeed aan zijn individuele zorgbehoefte en maakte bezwaar tegen het besluit.
De rechtbank oordeelde dat het CIZ het advies van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) om het bezwaar gegrond te verklaren zonder deugdelijke motivering had gepasseerd, wat in strijd is met artikel 3:50 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tevens was onvoldoende onderzoek gedaan naar de medische situatie van verzoeker, terwijl dit noodzakelijk was gezien de complexiteit van zijn handicap.
Verder concludeerde de rechtbank dat het indiceren op basis van cliëntprofielen die leiden tot een ZZP niet voldoet aan de wettelijke eisen van het Besluit zorgaanspraken AWBZ (BZA) en het Zorgindicatiebesluit (ZIB), omdat niet per zorgfunctie de individuele zorgbehoefte wordt vastgesteld.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het CIZ binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen waarbij per zorgvorm wordt geïndiceerd. Tevens werd een voorlopige voorziening toegewezen voor extra zorguren totdat het bezwaar is beslist, en werden proceskosten en griffierechten aan verzoeker vergoed.
Uitkomst: Het indicatiebesluit wordt vernietigd en verzoeker krijgt een nieuwe indicatie per zorgfunctie met toekenning van 34 extra zorguren als voorlopige voorziening.