ECLI:NL:CRVB:2009:BK4423
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening indicatiestelling zorgzwaartepakket voor ernstig verstandelijk gehandicapte
Verzoekster, een ernstig verstandelijk gehandicapte met bijkomende psychiatrische aandoeningen en epilepsie, woonde deels thuis en deels in een particulier gezinsvervangend tehuis. Haar ouders konden de zorg niet langer dragen, waardoor sprake was van een overbelaste gezinssituatie. Het CIZ had haar geïndiceerd voor ZZP VG06, wat onvoldoende zorguren en budget bood voor de gewenste zorg.
Verzoekster maakte bezwaar tegen deze indicatie en stelde dat ZZP VG05 meer passend was, ondersteund door het College voor zorgverzekeringen. Het CIZ handhaafde echter de indicatie voor ZZP VG06, mede omdat het bezwaar niet mocht leiden tot een nadeliger situatie. De voorzieningenrechter van de rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er wel degelijk sprake is van een spoedeisend belang gezien de gezinssituatie en de onzorgvuldige indicatiestelling, waarbij niet per zorgvorm is geïndiceerd. De Raad stelt vast dat ZZP VG05 gunstiger is en dat de werkwijze van het CIZ niet in overeenstemming is met het Besluit zorgaanspraken AWBZ en het Zorgindicatiebesluit.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen: het CIZ moet verzoekster behandelen alsof zij geïndiceerd is volgens ZZP VG05 en binnen zes weken per zorgvorm indiceren. Tevens wordt CIZ veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het CIZ moet verzoekster behandelen alsof zij geïndiceerd is volgens ZZP VG05 en binnen zes weken per zorgvorm indiceren.