ECLI:NL:RBUTR:2011:BR5923
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van grote hoeveelheid hasjiesj en witwassen
De rechtbank Utrecht heeft op 26 augustus 2011 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van een grote hoeveelheid hasjiesj en het witwassen van geld. De zaak draaide onder meer om de rechtmatigheid van gegevensverzameling door de politie op basis van een regionaal convenant en de bewijslast omtrent de aanwezigheid van de drugs en de herkomst van de gelden.
De rechtbank oordeelde dat de politie onrechtmatig gegevens had verkregen van de belastingdienst zonder een formele vordering ex artikel 126nd Sv, maar dat dit vormverzuim niet leidde tot bewijsuitsluiting omdat het bewijs uit andere rechtmatige bronnen voldoende was. Verdachte bekende het bezit van de hasjiesj, maar ontkende witwassen. De rechtbank achtte echter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een gewoonte had gemaakt van witwassen, mede door het ontbreken van aannemelijke legale inkomsten.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en zijn bereidheid tot begeleiding. Er werd een gevangenisstraf van zestien maanden opgelegd, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en verplicht reclasseringstoezicht. Daarnaast werd beslag op bepaalde voorwerpen opgeheven en andere voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zestien maanden gevangenisstraf waarvan vijf maanden voorwaardelijk met verplicht reclasseringstoezicht.