Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
1. Het standpunt van de officier van justitie
2. Het standpunt van de verdediging
‘ik wil nog wel opmerken dat de eerste informatieverstrekking door de familie [achternaam] spontaan en niet op vragen van de Belastingdienst plaatsvond. Zij deden dit ter onderbouwing van het bezwaar tegen de reeds opgelegde aanslagen. Ze brachten toen een stapel met daarin een grotendeels soortgelijk pakketje per subject waaronder leningsovereenkomsten’.
‘Het recht “to remain silent” omvat niet het recht onwaarheid te spreken of valse verklaringen af te geven en het recht “not to contribute to incriminating himself” omvat niet het recht alles te doen wat ertoe kan bijdragen een verdenking te vermijden of af te wenden”. [10] Anders gezegd; het nemo tenetur-beginsel vormt geen vrijbrief om onwaarheid te verkondigen of documenten met een bewijsbestemming valselijk op te maken en het staat niet aan een vervolging van verdachten in de weg ingeval er aanwijzingen bestaan dat zij daar op enigerlei strafbare wijze bij betrokken zijn (geweest).
Bespreking van de feiten
1. Het standpunt van de officier van justitie
2. Het standpunt van de verdediging
aankoopvan het pand aan de [adres 6] (op naam van [medeverdachte 8] ) niet met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de gelden een legale herkomst hebben en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring van de waargenomen feiten en omstandigheden kan gelden. Ten aanzien van de
verbouwingvan het pand aan de [adres 6] en de overige in de tenlastelegging genoemde panden kan die conclusie naar het oordeel van de rechtbank wel worden getrokken.
[medeverdachte 9]bouwvergunningen verleend voor de bouw van een garage respectievelijk aanbouw bij dit pand. [16] Rijkswaterstaat heeft het pand vanwege de omlegging van de Zuid Willemsvaart op 3 oktober 2008 gekocht van de erven van [medeverdachte 11] voor een bedrag van € 1.689.600,-. [17]
nietin staat om met voldoende mate van zekerheid uit te sluiten dat de gelden een legale herkomst hebben en aan te nemen dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring van de waargenomen feiten en omstandigheden geldt. Het enkele feit dat mogelijk sprake is van een (overigens niet ten laste gelegde) valselijk opgemaakte depotakte d.d. 21 oktober 2010, notariële schuldbekentenis d.d. 24 oktober 2008 en leenovereenkomst d.d. [adres 15] oktober 2010 [19] leidt niet reeds tot het oordeel dat voldaan is aan voornoemd criterium.
[medeverdachte 4]een bouwvergunning is aangevraagd en op 25 juni 1997 aan hem is verleend; de geschatte bouwkosten bedroegen blijkens de aanvraag fl. 289.130,-. [25] Rijkswaterstaat heeft het pand vanwege de omlegging van de Zuid Willemsvaart op 21 augustus 2008 van [medeverdachte 7] gekocht voor een bedrag van € 1.400.000,-. [26]
van de woning in sector E n2. 2879 aan de [adres 5]’.
nietin staat met voldoende mate van zekerheid uit te sluiten dat de gelden een legale herkomst hebben en aan te nemen dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring van de waargenomen feiten en omstandigheden geldt. Het enkele feit dat sprake is van een valselijk opgemaakte leenovereenkomst d.d. 12 november 2003, zoals hierna zal worden overwogen, leidt niet reeds tot het oordeel dat voldaan is aan genoemd criterium.
ingezamelden dat zij dit bedrag renteloos aan [medeverdachte 7] uitleent. [medeverdachte 4] heeft echter meermalen tegenover de politie verklaard dat de € 25.000,- waarmee de hypothecaire geldlening van [persoon 3] werd afgelost afkomstig was van de
schadevergoedingdie [bedrijf 1] aan [medeverdachte 7] had uitgekeerd [120] en dat dit geld toebehoorde aan de Roma-gemeenschap [121] .
inzamelingmaar van de
door [bedrijf 1] betaalde schadevergoeding. De omstandigheid dat de concepten doorlopend zijn genummerd en in oktober 2008 zijn aangeboden ter vertaling naar het Zweeds leveren een bevestiging op van het vermoeden dat de overeenkomst van 3 oktober 2005 is geantedateerd.
ik verzoek u vriendelijk aan mij door te geven of “ [vereniging 3] ” of “ [vereniging 2] ” als schuldeiser in de schuldbekentenis moet worden opgenomen.” [137]
aankoopvan het pand aan de [adres 3] . De overeenkomst is opgemaakt in het Zweeds en ondertekend door [getuige 2] en [medeverdachte 5] en was voorzien van een Nederlandse vertaling. [149] Uit de op vordering van [vertaalbureau] verkregen gegevens blijkt dat [medeverdachte 5] op 17 april 2008 opdracht heeft gegeven om de overeenkomst van het Zweeds naar het Nederlands te vertalen. [150]
bouwvan het pand aan de [adres 3] . [medeverdachte 5] is verplicht om de huidige overeenkomst met eerdere overeenkomsten inzake leningen samen te brengen en zich te houden aan alle verplichtingen en afspraken uit de overeenkomst van 17 september 2007. De overeenkomst is opgemaakt in het Zweeds en ondertekend door [getuige 2] en [medeverdachte 5] en was voorzien van een Nederlandse vertaling. [151] Uit de op vordering van [vertaalbureau] verkregen gegevens blijkt dat [medeverdachte 9] op 18 januari 2011 opdracht heeft gegeven om de overeenkomst van het Zweeds naar het Nederlands te vertalen. [152]
aankoopvan een pand. [155] Uit de van [vertaalbureau] verkregen gegevens blijkt dat [medeverdachte 9] op 17 februari 2012 opdracht heeft gegeven tot vertaling van deze verklaring van het Zweeds naar het Nederlands. [156]
bouwvan een pand. [157] Uit de van [vertaalbureau] verkregen gegevens blijkt dat [medeverdachte 9] op 17 februari 2012 opdracht heeft gegeven tot vertaling van deze verklaring van het Zweeds naar het Nederlands. [158]
‘om het op een of andere wijze aanwenden van het betrokken voorwerp ten behoeve van de witwasser zelf of ten behoeve van derden. Het heeft een element van profijttrekking in zich”.
createdOn’) op 5 december 2007, 10 januari 2011 en 23 januari 2012. [175] De ‘createdOn’-data van de drie hiervoor genoemde bestanden blijken bovendien samen te vallen met reizen van (leden van) de familie [achternaam] naar Zweden. [176] Dit sluit aan bij de verklaring van [getuige 2] , voor zover inhoudende dat [medeverdachte 5] en (vermoedelijk) [verdachte] naar Zweden kwamen met overeenkomsten in de Romani-taal die [getuige 2] op hun verzoek naar het Zweeds vertaalde en vervolgens door [getuige 2] werden ondertekend. [177]
het verwerven en vervreemden van woonhuizen zulks om Roma-families te voorzien van geschikte huisvesting in Nederland’. [179]
‘aankoop huis [adres 8] ’. [186] Uit een vergelijking van de tijdstippen van de contante stortingen met de tijdstippen van de overboekingsopdrachten blijkt dat kort voorafgaand aan de overboeking een contante storting werd gedaan die toereikend was om de overboeking te kunnen doen. [187] De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [verdachte] degene is geweest die de 48 contante stortingen op de bankrekening van de Stichting heeft verricht alsook opdracht heeft gegeven tot doorbetaling van deze contante stortingen op de rekening van [notaris 2] .
geen enkeleondersteuning valt te putten voor de juistheid van de bewering van verdachten dat het geld voor de aankoop van de [adres 13] afkomstig is van een door [vereniging 2] verstrekte geldlening, noch van een onder leiding/toezicht van deze vereniging georganiseerde inzameling. Zelfs voor de bewering van verdachten dat de gelden afkomstig zijn van inzamelingen die zijn gehouden onder Roma in het buitenland kan geen enkel aanknopingspunt worden gevonden in de verklaring van [getuige 2] : [getuige 2] geeft enkel aan dat hij heeft opgeschreven wat hem werd opgedragen maar dat hij zelf niets heeft gezien of waargenomen met betrekking tot inzamelingen of het verstrekken van gelden.
evenminbewijs op voor het realiteitsgehalte van de gestelde geldlening/inzameling, integendeel: deze overeenkomst lijkt uitsluitend bedoeld om de werkelijke herkomst van de middelen waarmee de [adres 13] is aangeschaft te verhullen, terwijl ook de verklaringen van verdachten zelf geen aanknopingspunten bieden om de gestelde herkomst nader te onderzoeken.
enin totaal een bedrag van
Zweedsegeldleningen, dient deze verklaring als ongeloofwaardig terzijde te worden geschoven; de rechtbank verwijst in dit verband naar hetgeen zij hiervoor, bij de betreffende panden, heeft overwogen.
[vereniging 5]- dit betreft de bronfinanciering [adres 12] ten behoeve van de aankoop van de [adres 6] in 2003 door [medeverdachte 8] en de bronfinanciering [adres 14] ten behoeve van de aankoop van de [adres 7] in 2010 door [medeverdachte 9] - overweegt de rechtbank het volgende.
eigenmisdrijf verkregen gelden. Dat daarvan in casu sprake is, is niet gebleken.
De bewezenverklaring.
:
Verweren strafbaarheid van het feit en van verdachte
De strafbaarheid van het feit.
valselijkopgemaakte stukken.
De strafbaarheid van verdachte.
desondanksverdachte hebben geadviseerd om deze gelden te verantwoorden zoals hij dat feitelijk heeft gedaan middels de aan de belastingdienst verstrekte overeenkomsten en verklaringen. De omstandigheid dat betrokken functionarissen in hun contacten met en uitlatingen naar verdachte wellicht (te) weinig kritisch zijn geweest naar aanleiding van hetgeen hen door of namens verdachte werd verteld leidt niet tot een ander oordeel. Er is geen plaats voor verontschuldigbare rechtsdwaling indien adviezen worden verkregen op basis van onjuiste of onvolledige inlichtingen van de zijde van degene die zich op dit verweermiddel beroept. Het feit dat de notaris wellicht zijn eigen ambtsplicht heeft verzaakt bij het opstellen van geschriften waarin de door de familie [achternaam] geschetste gang van zaken is vastgelegd laat onverlet dat verdachte zelf verantwoordelijk blijft voor de stukken die hijzelf – valselijk – heeft opgesteld, temeer nu blijkt dat de notaris die geschriften heeft opgesteld op basis van de door verdachte en zijn familieleden verstrekte informatie.
Oplegging van straf en/of maatregel.
Beslag.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
T.a.v. feit 2 primair:medeplegen van een gewoonte maken van witwassen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging
T.a.v. feit 4 eerste cumulatief ten laste gelegd:medeplegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging
T.a.v. feit 5:in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van een dergelijke verstrekking of tegemoetkoming, meermalen gepleegd