ECLI:NL:RBUTR:2011:BR6473
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen na kopstaartbotsing door onvoldoende bewijs onrechtmatig handelen
Op 26 september 2005 vond een kopstaartbotsing plaats op de Utrechtseweg te De Bilt tussen eiser als bestuurder van een Fiat Punto en gedaagde sub 2 als bestuurster van een Mitsubishi Colt. Eiser stelde dat gedaagde onrechtmatig handelde door onvoldoende afstand te houden in strijd met artikel 19 RVV Pro 1990. Interpolis, de aansprakelijkheidsverzekeraar van gedaagde, stelde op haar beurt dat eiser onrechtmatig handelde door plotseling en zonder noodzaak te remmen voor een groen verkeerslicht, in strijd met artikel 5 WVW Pro.
De rechtbank gaf eiser en Interpolis een bewijsopdracht. Uit getuigenverklaringen en bewijsstukken bleek dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij voor een rood licht tot stilstand was gekomen. De verklaringen over de plek waar eiser stopte liepen uiteen, maar de rechtbank hechtte meer waarde aan verklaringen die stelden dat eiser vlak voor de stopstreep tot stilstand kwam. Ook was niet komen vast te staan dat gedaagde onvoldoende afstand hield of onzorgvuldig reed.
De rechtbank oordeelde dat het afremmen van eiser voor een groen licht niet zonder meer onrechtmatig was en dat er geen bewijs was van plotseling hard remmen of autopech. De vorderingen van eiser wegens onrechtmatig handelen werden afgewezen, evenals de reconventionele vorderingen van Interpolis wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door eiser. Beide partijen werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van eiser en Interpolis worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.