ECLI:NL:RBUTR:2011:BV2949
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over garantie en zorgplicht bij beëindiging vliegopleiding EuroPilot
De zaak betreft een civiel geschil tussen [eiser] en EPST B.V. over de terugbetaling van opleidingskosten na beëindiging van een vliegopleiding. [eiser] sloot in 2007 een First Officer Programma (FOP) overeenkomst met EPST, waarin een garantie was opgenomen dat opleidingskosten bij falen zouden worden terugbetaald. Later tekende hij een EuroPilot-overeenkomst, die deze garantie niet bevatte.
Tijdens de opleiding bleek dat [eiser] niet aan de vereiste normen voldeed, waarna EPST de opleiding beëindigde. EPST bracht kosten in rekening die [eiser] betwistte, stellende dat EPST onzorgvuldig was geweest en hem niet had geïnformeerd over het ontbreken van de garantie in de nieuwe overeenkomst. EPST verweerde zich met het argument dat de EuroPilot-overeenkomst de FOP-overeenkomst verving en dat [eiser] onjuiste informatie had verstrekt over zijn diploma, wat gevolgen had voor de overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat EPST inderdaad een zorgplicht had om [eiser] duidelijk te informeren over het ontbreken van de garantie in de EuroPilot-overeenkomst. Echter, EPST mocht ook bewijs leveren dat [eiser] onjuiste informatie had gegeven over zijn diploma (Havo versus Mavo), wat de overeenkomst vernietigbaar kan maken. De rechtbank stelde bewijsopdrachten aan beide partijen op om deze punten nader te onderzoeken. Verder werd vastgesteld dat EPST niet tekortgeschoten was in de begeleiding en dat de kosten en boetes contractueel waren vastgelegd.
De procedure wordt voortgezet met getuigenverhoren en bewijslevering, waarna een definitieve uitspraak volgt.
Uitkomst: Bewijsopdrachten aan EPST en [eiser] opgelegd, verdere beslissing aangehouden tot bewijslevering en getuigenverhoor.