ECLI:NL:RBUTR:2012:BV7945
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting verklaring derdenbeslag en vaststelling redelijke accountantsvergoeding
Deze civiele procedure betreft een geschil over derdenbeslag gelegd door eiseres op vennootschappen waarvan de heer A bestuurder en aandeelhouder is, en de betwisting van de verklaringen die deze vennootschappen hebben afgelegd over de vorderingen van A.
Eiseres vordert onder meer betaling van een bedrag van €360.690,08 en aanvulling van verklaringen, stellende dat A een onevenredig lage vergoeding ontvangt en dat fictief een hogere redelijke vergoeding moet worden vastgesteld. De vennootschappen voeren verweer en stellen dat er geen vorderingen bestaan, dat A slechts een beloning in natura ontvangt, en dat de financiële draagkracht van ENAD beperkt is.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet-ontvankelijk is in haar betalingseis op grond van artikel 477a lid 2 Rv en verwerpt het vereenzelvigingstandpunt. De verklaringen van de vennootschappen worden als juist beschouwd. Wel wordt vastgesteld dat ENAD aan A een redelijke vergoeding verschuldigd is volgens artikel 479a Rv, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van de werkzaamheden en de financiële draagkracht van ENAD.
De rechtbank stelt voorlopig een maximumvergoeding van €83.000 per jaar vast voor 2006-2009 en geeft ENAD gelegenheid om zich nader uit te laten over de financiële draagkracht en het bedrag. Verdere bewijslevering over latere jaren wordt voorzien, waarna een eindvonnis kan volgen of deelvonnissen met jaarlijkse vaststelling van de vergoeding. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en akten.
Uitkomst: Eiseres is niet-ontvankelijk in haar betalingseis; rechtbank stelt redelijke vergoeding aan A vast op maximaal €83.000 per jaar voor 2006-2009 en houdt zaak aan voor nadere bewijslevering.