ECLI:NL:RBUTR:2012:BX9425
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling redelijke vergoeding voor werkzaamheden op grond van artikel 479a Rv
De rechtbank Utrecht behandelde een civiele zaak waarin eiseressen, twee maatschappen, een redelijke vergoeding vorderden voor werkzaamheden verricht door [A] op grond van artikel 479a Rv. Het geschil betrof met name de jaren 2006 tot en met 2009, waarbij een bedrag van €83.000 per jaar was voorgesteld als redelijke vergoeding, bestaande uit €43.000 voor accountancy- en bestuurswerkzaamheden en €40.000 vermeend betaald aan de echtgenote van [A].
De rechtbank oordeelde dat de vermeende betalingen van €40.000 per jaar aan de echtgenote niet hebben plaatsgevonden, wat werd onderbouwd met belastingaangiften en jaarrekeningen. Hierdoor werd het redelijke loon vastgesteld op €43.000 per jaar voor de genoemde jaren. ENAD werd veroordeeld tot betaling van €173.359, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 oktober 2009, en tot vergoeding van de proceskosten van €12.825,75.
Voor de boekjaren 2010 en 2011 werd de zaak naar de parkeerrol verwezen, waarbij ENAD verplicht werd inzage te geven in grootboek en onderliggende stukken, zodat eiseressen eventueel een redelijke vergoeding voor die jaren kan vorderen. Voor 2012 en latere jaren werd een vergelijkbare regeling getroffen met termijn van zes maanden na afloop van het boekjaar voor inzage. Vorderingen tegen andere gedaagden werden afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
De rechtbank wees de vordering tot betaling van beslagkosten af omdat daarvoor geen grondslag bestaat jegens ENAD. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de jaren 2006-2009.
Uitkomst: ENAD wordt veroordeeld tot betaling van €173.359 plus wettelijke rente en proceskosten voor 2006-2009, met verdere procedurele bepalingen voor latere jaren.