ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9897
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering handhavend op te treden tegen erfafscheiding ongegrond verklaard
Eiser verzocht verweerder om handhavend op te treden tegen een stenen muur op het naastgelegen perceel, stellende dat deze in strijd is met het bestemmingsplan. Verweerder wees dit verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd sinds een eerdere afwijzing.
Eiser stelde dat de muur niet als erfafscheiding kan worden beschouwd en dat verweerder in strijd met artikel 3:4 Awb Pro heeft gehandeld. De rechtbank toetste of er sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die een hernieuwde toetsing rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van eiser een herhaalde aanvraag betrof en dat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die niet eerder konden worden aangevoerd. Ook was er geen relevante wijziging van het recht. Daarom kon de rechtbank het besluit niet inhoudelijk toetsen en verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank wees tevens een proceskostenveroordeling af en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering om handhavend op te treden tegen de erfafscheiding wordt ongegrond verklaard.