ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0901
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vernietiging hoofdelijk medeschuldenaarschap en doeloverschrijding financieringsovereenkomsten
De Rabobank verstrekte aan Prisma Schilders B.V., UIC en een derde vennootschap geldleningen en kredieten, waarbij zekerheden werden gesteld en hoofdelijk medeschuldenaarschap werd overeengekomen. Na het faillissement van Prisma stelde de Rabobank vorderingen op de andere partijen.
UIC voerde verweer door vernietiging van het hoofdelijk medeschuldenaarschap op grond van artikel 1:88 BW Pro door de echtgenote van de bestuurder, en vernietiging van de financieringsovereenkomsten wegens doeloverschrijding ex artikel 2:7 BW Pro. De rechtbank oordeelde dat de vernietiging door de echtgenote niet mogelijk was omdat de overeenkomst niet door de echtgenoot zelf was aangegaan, maar door de vennootschap waarvan hij bestuurder is. Ook werd geoordeeld dat de bank geen wetenschap had van het ontbreken van vennootschappelijk belang, waardoor vernietiging wegens doeloverschrijding niet toewijsbaar was.
Verder verwierp de rechtbank het verweer dat gebrekkige communicatie door de Rabobank tot afwijzing of matiging van de vordering moest leiden. De Rabobank had tijdig en duidelijk medegedeeld dat de financieringen waren opgezegd en dat UIC hoofdelijk aansprakelijk was. De rechtbank veroordeelde UIC en de andere gedaagden hoofdelijk tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten, met gedeeltelijke toewijzing en afwijzing van overige vorderingen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt UIC en de andere gedaagden hoofdelijk tot betaling van de openstaande bedragen en wijst de vernietigingsverweren af.