ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4364
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst tijdens opzegtermijn afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid verzoek
De werknemer verzocht de kantonrechter om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst met Intertaste, vanwege een onherstelbare vertrouwensbreuk, onwerkbare situatie en slechte psychische gesteldheid. Hij stelde dat Intertaste tekort was geschoten in het aanbieden van een passende functie na overgang van onderneming en eiste een billijke vergoeding.
De arbeidsovereenkomst was echter opgezegd door Intertaste met een opzegtermijn tot 1 april 2012, en de kantonrechter behandelde het verzoek pas na die datum. Hierdoor was de arbeidsovereenkomst op het moment van beslissing al geëindigd, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.
Zelfs indien het verzoek binnen de opzegtermijn was behandeld, zou het zijn afgewezen omdat de werknemer onvoldoende had gesteld om een eerdere ontbinding te rechtvaardigen. Hij had geen medische onderbouwing gegeven voor zijn psychische klachten en diende het verzoek pas zes weken na opzegging in zonder verklaring voor de late indiening.
De kantonrechter verwees naar de jurisprudentie Van Hooff/Elektra, waarin wordt bepaald dat ontbinding tijdens de opzegtermijn alleen toewijsbaar is bij bijzondere omstandigheden die een eerdere beëindiging billijk maken. De werknemer kon niet aantonen dat dit het geval was. De kantonrechter veroordeelde de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek van de werknemer is niet-ontvankelijk verklaard omdat de arbeidsovereenkomst bij beslissing reeds was geëindigd.